Love & Business deel II
De gezegende vloek van de mp3
De Leidse School
Geschiedenis en ontwikkeling van de Leidse graffiticultuur
Mythe van The Golden Age
theBoombap zet de voors en tegens op een rij
theBoombap's Paper Chase
Hip hop berichtgeving door kranten
Binnenlandse Funk II
De dorpen in
Probleemwijken
"Het blijft mijn thuis"
Love & Business
"Hip hop is voor altijd mijn roots"
Hip Hop Sites in Nederland
Het grote complot van...
Politickin'
Rappers als woordvoerder of als gesprekspartner?
Lijstjes zijn hip hop!
Het beste van 2006 volgens de Squad & friends
Beat this! A Hip Hop History
Een documentaire over de beginjaren van Hip Hop in de South Bronx
Vinyl is dope
Iedereen verdient een plaat
Vinyl is dood
Wie heeft er nog een plaat nodig?
80 Blocks from Tiffany's
Preschool documentaire over 1970's Bronx gangs
Martha Cooper:
Pas als iets niet meer bestaat, beginnen mensen ervan te houden
Keeping it real
Nederlandse rappers spreken over afkomst, publiek en zelfbeeld
Hip Hop Immortals
Het belang van de coverfoto voor de verkoop van muziek
Binnenlandse Funk
Neerlandse breaks in bange dagen
Made in the Shade:
10 jaar theater op gevoel
Hip hop en graffiti:
Voelen schrijvers zich nog steeds
b-boys?

Eind augustus verschijnt het boek 'De Leidse School, Geschiedenis en ontwikkeling van de Leidse graffiticultuur'. TheBoombap regelde een exclusieve voorpublicatie met auteur Remko Koopman van collectief Booyabase. Aan het woord komen de Leidse legendes El Soré en Zedz.



Inleiding
De stad Leiden staat vooral bekend om haar studenten, de 3-Oktober-feesten, het Leids Cabaretfestival en als de stad waar meesterschilder Rembrandt ‘het licht zag’. Leiden kent een grote verscheidenheid aan Kunst & Cultuur. Minder bekend bij het grote publiek is het feit dat Leiden binnen de graffitiwereld de afgelopen 20 jaar een grote reputatie heeft opgebouwd. Een aantal van Nederlands – en ook internationaal – bekendste graffiti-artiesten hebben hun wortels liggen in de Leidse klei.

De gemeente Leiden voert sinds jaar en dag een zeer conservatief en repressief beleid ten opzichte van graffiti. Hetzelfde geldt voor andere non-commerciële uitingen die illegaal zijn aangebracht in de openbare ruimte. Een duik in het gemeentearchief leert dat de aandacht van de media voor het fenomeen graffiti is verschoven van belangstellend in de jaren ’80 tot ronduit negatief in de jaren ’90. Tegenwoordig is graffitikunst salonfähig geworden en hangt het zelfs in gerenommeerde musea. De Leidse School wil aantonen dat er méér schuil gaat achter de tags, de pieces op muren en treinen en de stickers op elektriciteitskastjes dan slechts een uiting van verveling van laagopgeleide pubers. Dit boek volgt de ontwikkeling van de ondergrondse Leidse straatcultuur. Van jeugdige rebellie in de vroege jaren ’80 verweven met de Hiphop-cultuur, tot en met de hedendaagse infiltratie in de reguliere kunstwereld.



Interview met de godfather van de Leidse graffiti en oprichter van de Mad Posse (MP) en de Leiden Hardcore (LHC) – EL SORÉ
Al vroeg ontdekte ik hoe je buskaarten moest vervalsen. Op die manier kon ik gratis met de bus reizen. Door het hele land ‘hardcore bomben’ vond ik rond 1987 belangrijker dan het maken van mooie pieces. Het ging mij vooral om de spanning. Ik weet nog dat ik in 1988 een keer samen met JESSE op het dak van station Hollands Spoor in Den Haag aan het spuiten was. De taxistandplaats lag vlak onder de plek die wij aan het doen waren. Die Haagse chauffeurs werden helemaal gek: ‘Kankahleiers, opkankeren, motjûh daarsoh!!’. Ze begonnen zelfs dingen naar ons te gooien. Dat was wel een bizarre plek om te doen.
In elke stad die ik aandeed liet ik wel een paar tags, throwups of pieces achter. Op een gegeven moment kreeg ik hier weer feedback op van andere schrijvers: ‘Hé man, we zagen je naam in Eindhoven!’. Dat vond ik natuurlijk gaaf en het motiveerde mij om steeds meer te doen en zo veel mogelijk verschillende steden aan te pakken. Op één van die trips kwam ik JEAN van de Rotterdamse crew Bad Boys INC tegen. Ik werd uitgenodigd om lid te worden van de Bad Boys en hij werd lid van Mad Piecers. JEAN deed niet zo heel veel, hij was meer een praatjesmaker. Maar de pieces die hij maakte zagen er wreed goed uit. Hij was ook goed bevriend met Robert van der Kroft, de tekenaar van de Sjors & Sjimmy strips. Elke week tekende Robert een Sjors & Sjimmy-avontuur over de Bad Boys in het stripblad Wordt Vervolgd. Op een gegeven moment ging de Wordt Vervolgd zelfs graffitiwedstrijden uitschrijven. Dat was natuurlijk mooi, want een groot deel van de Nederlandse jeugd las dat blad. Dit zorgde ervoor dat de graffiticultuur groter werd in Nederland. In de meeste steden had je rond die tijd goede schrijvers. In Breda was SPRITE heel fanatiek, in Haarlem SEL en in Zwolle SERCH. Eigenlijk ging het vanaf 1987 in heel Nederland goed los.



Het woord ‘hardcore’ schreef ik rond 1988 naast elke illegale piece die op een moeilijke plek stond. Dat was gewoon een term die ik heel mooi vond. In die periode was ik alleen nog bezig met het zetten van grote simpele zilver-tectyl pieces op moeilijk bereikbare plekken. Zoals langs de snelweg of op daken. Zolang mijn werk maar goed zichtbaar was, daar ging het mij om. Als ik buiten Leiden actief was zette ik er ‘Leiden Hardcore’ bij om aan lokale schrijvers duidelijk te maken waar ik vandaan kwam. Samen met ASTRO heb ik in 1989 behoorlijk wat gespoten in Zuid-Frankrijk. We hebben daar twee maanden rondgefietst en pieces gezet. Naast dat werk schreven we ‘Holland Hardcore’. Dat hele hardcore-ding begon langzaam een eigen leven te leiden. Vanzelf begonnen bevriende schrijvers ook Leiden Hardcore bij hun pieces te spuiten. Dit groeide uit tot de groepering Leiden Hardcore (LHC). Een samenvoeging van de crews MP, DSK en nog wat losse schrijvers als MANIAC, ASTRO, GAMER, SHIV, CASH, BUCK en SHER.
Vooral het duo SORÉ-MANIAC werd in korte tijd heel berucht. Wij representeerden de pure straatcultuur. Onze vaste hang-out was een coffeeshop op de Lage Rijndijk. Vanuit die locatie hebben we een aantal jaren ieder weekend Leiden onveilig gemaakt. De LHC opereerde als een soort straatbende. Al die gasten bij elkaar vormde een behoorlijk geschifte groep. Vanaf de tweede helft van de jaren ’90 werd ik wat graffiti betreft een stuk minder actief. HATER is Leiden wel altijd goed blijven representeren en ZEDZ is uitgegroeid tot één van Nederlands allerbeste graffitiartiesten. MOON gaat nog steeds hardcore op de metro’s in Mokum. Goed om te zien dat ze nog steeds bezig zijn. Ik vind het vooral goed om te zien dat er in Leiden de laatste jaren weer wat meer ‘gebombed’ wordt in de stad.



Zedz
Mijn jeugd is voor een groot deel bepaald door graffiti. School vond ik minder belangrijk, al bood het wel een goede broedplaats voor mijn talent als graffitischrijver. Ik rookte in die tijd best veel hasj en wiet. Dit weerhield mij ervan om diep in het lesmateriaal te duiken. Maar ‘leren’ vond ik wel altijd heel interessant. Ik denk dat ik het aftasten van mogelijkheden om te kunnen rebelleren belangrijker vond dan een schoolcarrière. Ik was een echte rebel. Ik had het gevoel dat ik mij los moest maken van mijn ouders en alle opgelegde regels. Graffiti bood mij hiervoor een ultiem medium. ’s Nachts de straat op ‘sneaken’ en plekken zoeken waar een normal mens niet zomaar zou komen. En het ontmoeten van gelijkgezinden om samen het avontuur op te zoeken. Mijn ouders hadden er moeite mee dat ik fanatiek met graffiti bezig was. Ze lieten me wel mijn gang gaan, ook al waren ze het er totaal niet mee eens. Zij zagen ook wel in dat ik tegendraads was en toch wel zou doen wat ik zelf wilde. Mijn ouders snapte er toentertijd niet veel van. Nu ik, meer dan twintig jaar later, nog steeds serieus met dit onderwerp bezig ben en een zekere mate van success heb met mijn werk supporten ze mij wel. Ze vinden het nu zelfs best interessant.



Graffiti begon mij rond 1984 voor het eerst op te vallen in de straten van Leiden. Ik was toen een jaar of dertien. Het ging toen alleen nog om tags. Je zag nog geen pieces, met uitzondering van een enkele kleurenmuur van ZORÉ en YANK, SOX of de MOGA. Samen met een paar vrienden uit mijn straat begon ik dit ‘op de muren schrijven’ na te doen.
Wij vonden het uitermate cool om aansluiting te vinden bij deze nieuwe beweging. Na een tijdje te hebben geëxperimenteerd met diverse namen kwam ik uiteindelijk uit bij de naam ZED. In 1986 of ’87 introduceerde ZORÉ, de eerste echte Leidse ‘Style Master Supreme’, het fenomeen om in je naam afwisselend een ‘Z’ in een ‘S’ te veranderen. Dit waren voor die tijd revolutionaire ‘styleswitches’. Ik volgde de master z’n voorbeeld op de voet. Op die manier kwam ik op SED, ging naar SEDS en eindigde bij ZEDZ. Deze schrijfwijze voelde gewoon heel goed aan. Steady en stevig. Ik was op zoek naar een naam die vooral hard klinkt. ZEDZ vormt typografisch gezien ook een heel mooi woordbeeld bestaande uit ‘barren’. Daar bedoel ik de horizontale balken mee. De naam ZEDZ vormt een constante die ik de komende 22 jaar niet meer los zou laten. Mijn naam vormt tegenwoordig nog steeds bijna altijd de basis van mijn werk. In mijn beginjaren schreef ik vooral in mijn eigen buurt. Samen met mijn partners in crime TRANS, MAIC en GIANT. Een kenmerk van onze vroege graffiti is dat het heel erg buurtgebonden was. Leiden was verdeeld in verschillende ‘schrijverswijken’. In mijn wijk waren naast ons schrijvers als WAVE, DEES, CROSS, SOAP en SAVE actief. In de Merenwijk had je de UCLA-crew met ZERON, SR en MOZES. In het centrum (de omgeving van de Rijnsburgerweg) had je TAZZA en UTAH. Je kon gemakkelijk nagaan welke schrijver uit welke buurt moest komen, puur en alleen door te kijken naar een hoge concentratie aan tags in een bepaald gebied. Later kwam hier verandering in. Schrijvers probeerden ‘all-city’ te gaan. Vooral SORÉ en JESSE waren hier een meester in. Hun namen zag je werkelijk overal in de stad opduiken. Toen die twee met elkaar gingen ‘bomben’ was dit voor mij echt de ‘Evil-Kneavel Hook-up Complete’. Zij lieten pas echt zien hoe je het hard moest aanpakken!



Al snel begonnen we naar andere steden te trekken om daar graffiti te bekijken. Eind 1987 verhuisde ik voor een korte tijd naar Den Haag. Ik werd toegelaten tot de Haagse graffiticrew The Split Force (TSF) en leerde veel van oudere Haagse schrijvers als JIM en SENSE. In 1989 keerde ik terug naar Leiden en had ondertussen een eigen graffiticrew opgericht, genaamd Dope Style Kids. EROE had op datzelfde moment ook een crew genaamd Marked Style Kings (MSK). Omdat we toch allemaal bevriend waren besloten we om beide crews samen te voegen tot Dope Style Kings (DSK). Een nieuw hoofdstuk in de Leidse graffitigeschiedenis brak hiermee aan.
Tekst & beeld: Studio Booyabase
Winnen doe je bij: theSpecial
theTopics twitter YouTube twitter