|
|
 |

Rebellie
Een van de centrale elementen van rapmuziek is rebelleren; je afzetten tegen de gevestigde orde. Dat is de rode draad in de geschiedenis van de hele hip hop cultuur. Chuck D, voorman van de Amerikaanse hiphopgroep Public Enemy, noemde hip hop eind jaren tachtig ‘the black CNN’. Aangezien de traditionele media verzuimden verslag te doen van de armoede, criminaliteit en het geweld in de achterstandswijken, werd hip hop een medium waarmee zwarte jongeren hun dagelijkse realiteit onder de aandacht van het grote publiek brachten. Op die manier zeiden ze eigenlijk: als jullie, de media, onze leefomstandigheden niet tonen, doen we dat zelf wel. Mensen hielden zich natuurlijk ook puur voor hun plezier bezig met hip hop. Ook in het beginstadium van de hip hop, eind jaren zeventig, werd er tijdens de blockparties elektriciteit voor de muziekinstallatie afgetapt van lantaarnpalen. De rebellie ligt dus echt besloten in de ontstaansgeschiedenis van hip hop. Het is ook een voorname reden waarom het ondernemerschap in de huidige Amerikaanse hiphop floreert. Kijk naar Jay-Z. Niemand bood hem een platencontract aan, dus begon hij zijn eigen platenmaatschappij. Op dit moment is hij een van de rijkste mensen in de hele entertainmentindustrie. 50Cent begon zijn eigen cd's te branden met nummers waarin hij over beats van anderen heen rapte. Die 'doe het zelf'-mentaliteit heeft hem uiteindelijk een platencontract opgeleverd bij Dr.Dre en Eminem.
Establishment
Wat betekent die traditie voor de waarde van rapmuziek voor de maatschappij? Wat is de rol van de overheid daarin? Politici zijn het “establishment”; de mensen die de regels bepalen voor het land. Met die rebellie in het achterhoofd, is het voor een rapper erg onnatuurlijk om samen te werken met politici die dat establishment vormen. Als rebel zet je je af tegen de gevestigde orde. Het zijn twee uitersten. Rappers geven natuurlijk niet constant af op de overheid, maar dragen die rebellie ook onderbewust mee in hun muziek. Op het moment dat een artiest zich dan met de overheid inlaat, komt het vraagstuk van geloofwaardigheid om de hoek kijken, neem bijvoorbeeld de rol van rappers in overheidscampagnes. Een voorbeeld hiervan is Yes-R die op tv al rappend reclame maakt voor de website www.watvooreikelbenjij.nl. Een ander voorbeeld zijn Lange Frans en Baas B die de jeugd opriepen om vooral te gaan stemmen tijdens het referendum over de Europese Grondwet. Rappers zijn hier woordvoerders die het beleid en doelstellingen van de overheid overbrengen. Zonder die rappers te veroordelen, ligt daar niet de kracht van de inzet van rappers. ‘Klink’, het maandblad voor overheidscommunicatie, meldt dat de website watvooreikelbenjij.nl massaal door jongeren werd bezocht maar dat er geen sprake was van een verandering in houding.
Agendasetters
Rappers zijn agendasetters; ze signaleren een probleem en zetten het op de agenda zodat mensen er over gaan praten. De release van ‘Kut Marokkanen??!’ van Raymzter is hier een mooi voorbeeld van. Alle media hebben eind 2002 bericht over dit nummer. Op die manier kwam de last die Marokkaanse Nederlanders ondervinden van stereotyperingen in het nieuws en werd er over gesproken. De overheid zou rappers meer als gesprekspartners moeten gaan benaderen en minder als artiest in een overheidscampagne. Er is in de grote steden namelijk een grote groep jongeren liefhebber van rapmuziek. Het zijn deels jongeren die zich identificeren met grote sterren als 50Cent en wijlen Tupac, omdat zij in hen een rebellie herkennen. De rappers boekten succes en verdienden veel geld door zich af te zetten tegen de maatschappij, aanvankelijk door drugshandel en later met behulp van rapmuziek. Voor groepen jongeren die in Nederlandse achterstandswijken wonen, opgroeien met één ouder, hinder ondervinden van discriminatie en kampen met werkloosheidsproblemen, sluit deze muziek goed aan bij hun belevingswereld. Regelmatig behoren populaire rappers zelf tot deze groepen jongeren of hebben ze veelvuldig contact met hen. Het is dit deel van de jeugd dat kans loopt om niet mee te kunnen komen in de maatschappij, en straks buiten de samenleving staat. Deams geeft hier in de afstudeerscriptie van ondergetekende (‘Keeping it real, het zelfbeeld van Nederlandse rappers met betrekking tot hun betekenis voor het luisterend publiek’) een goed voorbeeld van. De rapper werkte als jongerenwerker in het buurtcentrum Ganzenhoef in Amsterdam Zuid-Oost, voornamelijk met Surinaamse Nederlanders. Hij stelde dat de jongeren waarmee hij sprak zichzelf limiteren. Ze hebben amper contact met witte Nederlanders, op misschien een agent en de leraar na. Ze komen Zuid-Oost vrijwel niet uit en “de helft van die mannen loopt wel met wat op zak”. Aangezien Deams met deze jongens praat en respect afdwingt, heeft hij een goed beeld van de belevingswereld van die jongeren. Wat drijft ze, waarom maken jongeren bepaalde keuzes? Op die manier kan hij zeer waardevol zijn als gesprekspartner van de overheid.
Verloedering
Uitzonderingen daargelaten, beschikken politici niet over veel kennis van rapmuziek. Ze hebben wel door dat er iets aan de hand is, dat het geen modegril is en echt een cultuur die zich ook in Nederland heeft gevestigd. Maar in de discussie rond maatschappelijke verloedering moest rapmuziek het ontgelden. Dit maatschappelijk debat was eerder gestart door PvdA politici Jeroen Dijsselbloem en Martijn van Dam die met een open brief in de Volkskrant de verloedering aan de kaak wilden stellen. In deze brief richtten zij hun pijlen vooral op de rapcultuur die volgens hen een verderfelijke invloed zou hebben op de jeugd in achterstandswijken.Vooral een populaire rapper als 50Cent zou volgens de kamerleden bijdragen aan de normenloze straatcultuur.
In veel videoclips fungeren vrouwen helaas nog steeds als lustobjecten. De pooierverheerlijking binnen de rapmuziek is inderdaad misplaatst want de prostitutie brengt alleen maar sociale ellende voort. Maar rappers worden vaak ook ten onrechte in een slecht daglicht gesteld waardoor vooroordelen in stand blijven. Posters van de film ‘Get rich or die trying’ werden op last van de staat California weggehaald omdat 50Cent met een pistool stond afgebeeld. Maar de eerste filmposter van ‘Casino Royale’ waar de nieuwe James Bond te zien is met een pistool moet nog verwijderd worden. Is de invloed op kinderen minder slecht als een blanke, blonde man met blauwe ogen te zien is met een wapen?
Binnen de discussie rond maatschappelijke verloedering zou rapmuziek niet centraal moeten staan. Die verloedering is namelijk onderdeel van een veel groter geheel; de westerse vrijheid. SBS6 bracht recentelijk nog elke dag om acht uur de comedy ‘Sex and the City’ op de televisie. Vier vrouwen uit New York die openlijk hun seksleven met elkaar bespreken en daarin geen blad voor de mond nemen. In een specifieke aflevering is een van de hoofdrolspeelsters te zien terwijl ze vrijwillig een man oraal bevredigt. De kenmerken van deze seksuele daad bespreekt ze later, zonder taboes, met haar vriendinnen onder een kopje koffie. Het Parool (25 februari 2006) meldt daarnaast dat volgens Amerikaans onderzoek een andere succesvolle Amerikaanse comedy, ‘Friends’, dat ook rond acht uur te zien was op Net5, aanzet tot vroege seks. Het is jammer dat deze programma’s niet zijn terug te vinden in de discussie rond sexsnacks en groepsverkrachtingen.
Ook brachten voormalige politici zelf graag hun seksuele uitspattingen via de media naar buiten. Pim Fortuyn, nota bene bekroond tot grootste Nederlander aller tijden, besprak zonder schaamte de spermasmaak van zijn liefdespartner. Rob Oudkerk wil nog steeds de hoerenloper uit het verdomhoekje halen. De voorbeeldfunctie van politici hebben deze heren waarschijnlijk nooit gevoeld.
Als de overheid in gesprek gaat met de juiste artiesten kunnen rappers vooroordelen ontzenuwen, kennis van de rapcultuur overdragen en ook direct de te bereiken doelgroepen beschrijven die in contact staan met die rapcultuur. Zo kan de rapmuziek nog steeds onderdeel zijn van de discussie rond maatschappelijke verloedering maar wel op basis van een dialoog en op een genuanceerde manier.
Geschiedschrijving
De kracht van Nederlandse rappers in het maatschappelijk debat, ligt in het signaleren van maatschappelijke problemen. Ze verwerken dit in muziek en plaatsen een onderwerp op die manier op de agenda. In dat licht is rapmuziek ook een nieuwe vorm van geschiedschrijving. Als je in 2050 een beeld wilt krijgen van de tijdsgeest van het begin van het millennium, zal een willekeurig album van Raymzter in die behoefte kunnen voorzien. Maar reflectie van de samenleving in rapmuziek wil natuurlijk niet meteen zeggen dat je bekende rappers kunt inzetten bij de oplossing van maatschappelijke problemen. De maatschappij komt ook terug in het Journaal, en Philip Freriks zit ook niet bij een overleg met een minister. Rappers zijn echter onderdeel van die maatschappelijke vraagstukken die in de muziek naar voren komen, maar waar de politiek ook een oplossing voor moet vinden. Postmen rapt op het eerste album 'Documents' (1999) over racisme in Nederland. Dat is niet iets wat zij slechts waarnemen. The Anonymous Mis heeft racisme zelf ondervonden, onder meer toen hij als middelbare scholier de klas werd uitgestuurd omdat hij met dreadlocks het lokaal in kwam. Mir Wermuth is in 2002 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op de popularisering van de hiphopsubcultuur in Nederland en Groot-Brittannië. Zij stelt in haar onderzoek dat zowel Nederlandse als Britse rappers in de multiculturele samenlevingen tegen problemen aanlopen die niet zozeer met hiphop zelf te maken hebben, maar met de algehele problematiek van die multiculturele samenleving.
Gesprekspartner
Daarom is een rol van rappers als gesprekspartner van de overheid interessanter dan de boodschapperfunctie die ze nu hebben in overheidscampagnes. Ze kunnen waardevolle informatie leveren over de belevingswereld van jongeren die op dit moment niet participeren in de maatschappij of buiten de boot dreigen te vallen. Op die manier zou de overheid doeltreffender op lokaal, regionaal of landelijk niveau tot oplossingen kunnen komen.
Het is dus de vraag of de juiste rappers dat willen. Een rol als gesprekspartner kan alleen leiden tot succes door de inzet van rappers die al voldoende levenservaring hebben opgedaan en ook daadwerkelijk een band hebben met de groepen jongeren die buiten de maatschappij dreigen te vallen. Bekende rappers als Mis, Deams, Murth the Man-O-Script, U-Niq en CC (VSOP) zijn hiervoor misschien de aangewezen personen. Politici zullen in een aantal gesprekken moeten investeren om uiteindelijk tot vruchtbare resultaten te komen en het wantrouwen dat er vaak heerst bij artiesten weg te nemen. Raymzter heeft naar aanleiding van het nummer ‘Kut Marokkanen??!’ wel met toenmalig wethouder van Amsterdam Rob Oudkerk om de tafel gezeten. Maar daadwerkelijk advies geven doet de rapper liever niet. Zoals hij zelf zegt in het nummer ‘De Laatste Uitleg’: “Nu willen ze mijn advies voor integratieprojecten? Fok dat! Ik zit in de muziek, niet in de politiek”. De juiste artiesten die werkelijk van betekenis kunnen zijn, staan misschien niet te popelen om zich te afficheren met de overheid. Wilt de politiek de rapmuziek echt als succesvol beleidsinstrument inzetten, zal ze eerst dat wantrouwen bij de artiesten moeten wegnemen.
Dat is moeilijk maar niet onmogelijk en vooral het proberen waard. De kans op een succesvolle bijdrage aan overheidsbeleid is het grootst wanneer de politiek in gesprek gaat met de juiste artiesten. Uiteindelijk zal het engagement van de rappers het winnen van de angst voor ongeloofwaardigheid, vooral als de gesprekken achter de schermen en buiten het oog van de camera plaats vinden.
Luisteren
Rappers zijn te zien in grote campagnes waarin ze het beleid van politici uiteen zetten. De politiek doet dit vanuit de gedachte dat jongeren veel beter luisteren naar rappers dan naar politici. Politici zouden hun voordeel kunnen doen door te luisteren naar rappers.
Dit artikel is een bewerking van de lezing die Rogier Boogers op 19 oktober jl. tijdens de Hiphop Summit gaf.
|
|
|
|